| | | | |

Te veel, of precies genoeg? Over HSP, hoogbegaafdheid en alles wat daartussenin zit

Hij stapte uit de auto na het kinderfeestje. Bleek. Stil. De ogen half dicht. De moeder van de jarige had al gefluisterd: “Ik denk dat hij ziek wordt, hij was zo bleek en heeft in de auto geslapen.” Hij keek me aan… moe, zo moe.. maar ook zo genoten. Ik zag het aan hem. Mijn zoon was 5, een kinderfeestje waar ze gingen disco bowlen, luide muziek en disco lichten. Een plek die hij niet kende, een omgeving met veel geluid, veel beweging, nieuwe activiteit, drukte en veel licht en lichtflitsen. Hij was niet ziek, hij was doodop. Zijn hoofd, zijn lijf hebben de hele tijd in overdrive gestaan om alles aan informatie die binnen kwam te verwerken. En dat deed zijn lijf, alles werd diepgaand verwerkt.

Dat is precies waar het bij HSP en hoogbegaafdheid zo vaak misgaat: het ziet er van de buitenkant niet uit zoals het van de binnenkant voelt. En ouders, leerkrachten, zelfs professionals zoeken naar het probleem. Terwijl er helemaal geen probleem is. Alleen een systeem dat anders werkt.

“Maar iedereen is toch wel eens gevoelig?”

Ja. Dat klopt.

Iedereen wordt wel eens geraakt door een film. Iedereen vindt harde muziek soms te luid. Iedereen heeft een rechtvaardigheidsgevoel. En iedereen heeft weleens het gevoel dat een situatie niet klopt.

Maar dat is niet wat er bedoeld wordt met hoogsensitiviteit of hoogbegaafdheid. En die verwisseling, die goedwillende “maar iedereen toch…” maakt het juist zo ingewikkeld voor kinderen (en volwassenen) die dit wél als basiskenmerk van hun systeem dragen.

Het verschil zit niet in wát je ervaart. Het zit in de diepte, de intensiteit, en de mate waarin je systeem dit verwerkt. Onderzoeker Elaine Aron, die het begrip Sensory Processing Sensitivity (SPS, of zoals je de term beter kent HSP Highly Sensitive Person/ Hoog Sensitief Persoon) in de jaren negentig wetenschappelijk in kaart bracht, omschrijft hoogsensitiviteit als een neurologische eigenschap waarbij de hersenen zintuiglijke en emotionele informatie dieper en grondiger verwerken dan bij anderen het geval is. Niet meer, niet minder. Gewoon: anders. Fundamenteel anders.

Dat is geen keuze. Dat is geen fase. En het is zeker geen zwakte.

Wat is hoogsensitiviteit eigenlijk?

Hoogsensitiviteit (officieel dus Sensory Processing Sensitivity (SPS) is een genetisch bepaalde eigenschap die bij naar schatting vijftien tot twintig procent van de mensen voorkomt. Aron beschrijft vier kernkenmerken, samengevat in het acroniem DOES:

Depth of processing/ Diepe verwerking De informatie die binnenkomt, wordt dieper verwerkt. Een HSP-kind ziet niet alleen dat iemand verdrietig is: het vraagt zich af waaróm, verbindt het met eerdere situaties, denkt na over wat het kan betekenen en voelt mee op een manier die energie kost.

Overstimulation/ overstimulatie Juist omdat alles dieper wordt verwerkt, raakt het systeem eerder vol. Niet omdat er iets mis is, maar omdat er meer binnengekomen is.

Emotional reactivity and empathy/ Emotionele reactie en empatie Emoties worden intenser ervaren. Zowel de eigen emoties als die van anderen. Een HSP-kind is niet dramatisch: het voelt écht meer.

Sensitivity to subtleties/ Gevoelig voor details Details, sfeer, stemming, ondertonen in een gesprek… een HSP-kind registreert ze allemaal. Ook als niemand ze uitspreekt.

Neurobiologisch onderzoek ondersteunt dit: bij mensen met HSP is er sprake van verhoogde activiteit in de spiegelneuronenregio’s en in hersengebieden die betrokken zijn bij bewuste verwerking en empathie. Het is geen inbeelding. Het is aantoonbaar aanwezig in de hersenen.

Wat is hoogbegaafdheid eigenlijk?

Hier wordt het interessant (en ook wat ingewikkelder) want hoogbegaafdheid is in Nederland en België vaak nog steeds gelijkgesteld aan een hoog IQ. Maar de wetenschap is al lang verder.

De Columbus Group definieerde hoogbegaafdheid in 1991 als *asynchrone ontwikkeling*: de combinatie van een bovengemiddelde cognitieve capaciteit met een even intense innerlijke beleving, wat resulteert in unieke kwetsbaarheden én krachten. Een hoogbegaafd kind denkt misschien op het niveau van een tiener, maar voelt en verwerkt emotioneel op het niveau van zijn leeftijd, of soms zelfs eronder. Dat mismatch is de kern van de asynchronie. Oftewel niet synchroon.

De Poolse psychiater Kazimierz Dabrowski beschreef in de jaren zestig het concept van *overexcitabilities* (OE’s): vijf domeinen waarin hoogbegaafde mensen meer intensiteit ervaren dan gemiddeld. Psychomotorisch, sensorisch, intellectueel, imaginatief, en emotioneel. Die emotionele en sensorische overexcitability overlappen direct met wat we bij hoogsensitiviteit zien. Niet toevallig, maar structureel.

Wat mij persoonlijk heeft geholpen om dit nog concreter te maken (en wat ik graag deel met ouders) is het model van de Vlaamse hoogbegaafdheidsexpert dr. Tessa Kieboom. Als directeur van Exentra, het expertisecentrum voor hoogbegaafdheid in Antwerpen, en gastprofessor aan de Universiteit Hasselt, heeft zij jarenlang onderzoek gedaan naar en gewerkt met hoogbegaafde kinderen, jongeren én volwassenen. Haar boeken *Hoogbegaafd* en *Meer dan intelligent* (samen met Kathleen Venderickx) staan inmiddels in mijn boekenkast met nogal wat ezelsoren erin. Een echte aanrader dus.

Wat Kieboom zo helder maakt: hoogbegaafdheid bestaat uit twee luiken. Het cognitieve luik (intelligentie, creativiteit, motivatie) is het deel dat mensen het vaakst herkennen. Maar daar naast beschrijft ze het *zijnsluik*: de manier van zijn, van voelen, van in de wereld staan. In dat zijnsluik zitten rechtvaardigheidsgevoel, kritische instelling, perfectionisme, de lat hoog leggen en gevoeligheid. Niet als bijproduct. Als kerneigenschap.

Die gevoeligheid beschrijft Kieboom als het vermogen om meer indrukken en waarnemingen op te doen dan andere kinderen. Meer binnenkrijgen. Meer verwerken. Meer voelen. En dat, zo maakt zij duidelijk, maakt hoogbegaafde kinderen niet alleen intenser , het maakt ze ook kwetsbaarder. Niet ondanks hun begaafdheid, maar dóór hun begaafdheid. Die kwetsbaarheid is geen tekortkoming, het is de keerzijde van een rijk innerlijk leven.

Waar ze elkaar ontmoeten

Hier begint het echt interessant te worden.

Onderzoek laat zien dat HSP en hoogbegaafdheid significant vaker samen voorkomen dan je op basis van toeval zou verwachten. Schattingen variëren, maar meerdere studies laten zien dat een aanzienlijk deel van de hoogbegaafde kinderen ook hoogsensitief is. Dat is niet verrassend als je kijkt naar de neurologie: beide eigenschappen gaan samen met een intensere verwerking van informatie, zowel cognitief als emotioneel.

En precies daar raakt het zijnsluik van Tessa Kieboom aan wat Elain Aron beschrijft als de kern van hoogsensitiviteit: gevoeligheid niet als randverschijnsel, maar als structurele eigenschap van het systeem. Gevoeligheid die méér binnenlaat, dieper verwerkt en intenser nawerkt.

Wat ze delen:

Diepgang. Zowel het HSP-kind als het hoogbegaafde kind gaat niet aan de oppervlakte. Een vraag over de dood kan opkomen tijdens het eten. Een onrecht op de speelplaats wordt niet vergeten. Een boek kan dagen nawerken.

Intensiteit. Niet half, maar heel. Niet een beetje blij, maar uitbundig. Niet een beetje verdrietig, maar getroffen. Dit wordt door de omgeving vaak als overdreven gezien. Het is niet overdreven, het is proporioneel aan wat er binnenkomt en hoe het verwerkt wordt.

Rechtvaardigheidsgevoel. En hier komen we bij die “maar iedereen toch…”-reactie. Ja, iedereen heeft een gevoel voor rechtvaardigheid. Maar bij HSP- en hoogbegaafde kinderen gaat het verder dan een mening. Het zit in het lichaam. Een onrecht kan fysieke spanning veroorzaken, slaapproblemen, terugkerende gedachten. Het is geen hobby. Het is een diepe, soms pijnlijke betrokkenheid bij hoe de wereld werkt en hoe ze zou moeten werken.

Overprikkeling als resultaat van intensiteit Dit is misschien wel de meest onderschatte overeenkomst. Zowel hoogsensitieve als hoogbegaafde kinderen verwerken méér. En méér verwerken kost energie. De overprikkeling die je ziet; de bleekheid, de stilte, de tranen die nergens op lijken te slaan, is niet een teken van zwakheid. Het is een teken dat het systeem vol zit. Dat het heeft gewerkt.

Mijn oudste, die sliep in de auto na het bowlingfeestje, zijn lijf had al die tijd lang geluid, licht, sociale dynamiek, beweging en plezier verwerkt. Dat vergt gewoon slaap.

Hoe ze elkaar versterken

Als HSP en hoogbegaafdheid samen voorkomen (en dat is heel regelmatig, zo niet altijd het geval) versterken ze elkaar op een heel specifieke manier.

De cognitieve diepgang van de hoogbegaafdheid combineert met de emotionele intensiteit van de hoogsensitiviteit. Dat levert kinderen op die niet alleen veel waarnemen, maar er ook heel diep over nadenken. Die niet alleen voelen dat iets niet klopt, maar die vaak ook (met enige hulp) precies kunnen benoemen waarom, en dat vervolgens niet meer los kunnen laten. En de momenten dat het ze niet goed lukt te verwoorden blijven ze bezig met zoeken naar de juiste woorden, de juiste bewoording die hun ervaring kan weergeven.

Het levert ook kinderen op die sociaal heel goed aanvoelen wat er in een groep speelt. Mijn jongste is zes. Hij voelt de spanning in een ruimte aan nog voordat ik er woorden voor heb. Als er spanning is in een groep kinderen, gaat hij de clown uithangen. Niet omdat hij dat heeft bedacht. Niet omdat hij denkt: ‘nu ga ik de sfeer redden’. Maar omdat zijn systeem de spanning registreert en zijn lichaam reageert; met humor, met beweging, met aandacht trekken. Puur instinct. Puur voelsprieten in actie.

Dat is geen gedragsprobleem. Dat is een kind dat reageert op wat er om hem heen gebeurt, op een manier die zijn systeem kent. En ook dat vraagt aandacht, niet om het te corrigeren, maar om het te begrijpen. Om hem zelf te helpen begrijpen wat hij doet en waarom.

De valkuil: dubbel onbegrepen

Als HSP en hoogbegaafdheid samen voorkomen, is er ook een specifieke valkuil: het kind wordt op twee manieren gemist.

De hoogsensitiviteit wordt weggewuifd als aanstellerij, overdrijving of te weinig ruggengraat. De hoogbegaafdheid wordt gemist omdat het kind, juist door die intensiteit en gevoeligheid, soms ook vastloopt, terugtrekt, of zich aanpast op een manier die niet past bij het beeld van “het slimme kind dat alles aan kan.”

Webb en collega’s beschreven dit al uitgebreid in hun werk over misdiagnoses bij hoogbegaafde kinderen: kenmerken van HSP, gevoeligheid en emotionele intensiteit worden regelmatig verward met angststoornissen, ADHD of hechtingsproblematiek. Terwijl het in veel gevallen simpelweg gaat om een kind dat meer verwerkt dan zijn omgeving vermoedt. In zijn boek ‘Misdiagnose en dubbeldiagnose bij hoogbegaafdheid’ gaat hij er dieper op in.

Wat dit vraagt van de omgeving

Herkenning. Dat is het begin.

Niet het oplossen van de gevoeligheid. Niet het afvlakken van de intensiteit. Maar het begrijpen dat dit kind (of deze volwassene) anders verwerkt, en dat dat iets vraagt van de omgeving, de structuur, het tempo en de manier waarop er gecommuniceerd wordt.

Voor het HSP-kind betekent dat: ruimte om bij te komen. Niet dwingen door te gaan als het systeem vol zit. Begrijpen dat een bowling-middag met discolampen en tien vriendjes geweldig én uitputtend kan zijn, tegelijkertijd.

Voor het hoogbegaafde kind betekent dat: intellectuele uitdaging, maar ook erkenning van de emotionele kant. Niet alleen “jij bent slim”, maar ook “jij voelt veel, en dat is ook oké.”

En voor het kind dat allebei is: beide lagen zien. De diepte én de intensiteit. Het denken én het voelen. De energie én de vermoeidheid die erop volgt.

Hoogsensitiviteit is geen probleem. Hoogbegaafdheid ook niet.

Ik zeg het zo direct omdat ik het zo bedoel.

Mijn zoons zijn niet beschadigd. Ze zijn niet ziek. Ze zijn niet te gevoelig, te druk, te intens of te veel. Ze hebben systemen die anders werken, rijker, dieper, voller. En dat vraagt soms meer van hen én van ons als ouders.

Maar het is ook wat hen maakt tot de mensen die ze zijn. De jongen die in slaap viel in de auto na het bowlingfeestje, is dezelfde jongen die de meest doordachte vragen stelt die ik ooit heb gehoord. De jongen die de spanning in de klas aanvoelt nog voor de leerkracht er iets van zegt, is dezelfde jongen die instinctief weet wanneer iemand troost nodig heeft.

Dat is geen toeval. Dat is hoogsensitiviteit en hoogbegaafdheid in actie. Beide kanten tegelijk.

En als we, als ouders, leerkrachten, coaches, leren kijken naar beide kanten, dan wordt er iets anders zichtbaar dan een kind dat het moeilijk heeft. Dan zie je een kind dat ‘veel’ heeft. En dat leren dragen mag.

Wil je meer weten over begeleiding voor jouw hoogsensitieve of hoogbegaafde kind, of herken jij jezelf als HSP-ouder in dit verhaal? Neem gerust contact op. Ik denk graag met je mee.

Wetenschappelijke bronnen die dit blog onderbouwen:
– Aron, E.N. *The Highly Sensitive Person.
– Dabrowski, K. https://growth-mindset.be/de-kracht-van-de-5-overexcitabilities-van-dabrowski/
– Kieboom T. *Meer dan intelligent. en * Hoogbegaafd (als je kind (g)een eindstein is)
– Webb, J.T. *Misdiagnose en dubbeldiagnose bij hoogbegaafdheid

Vergelijkbare berichten